Het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: |
Kan het college de raad per omgaande alle verslagen, besluitenlijsten en formele correspondentie (zowel bestuurlijk als ambtelijk) doen toekomen van de overleggen die in 2023 en 2025 hebben plaatsgevonden tussen Best en Oirschot aangaande de gezamenlijke asiel- en statushoudersopgave?
|
Kan het college de formele, schriftelijke reactie van het college van Oirschot overleggen, waarin zij expliciet aangeven niet bereid of in staat te zijn om samen met Best de AZC-taakstelling in te vullen?
|
Indien deze stukken er niet zijn (1 en 2): hoe verhoudt de afwezigheid van ambtelijke verslaglegging zicht tot de verplichting van zorgvuldig bestuur en en de in begroting genoemde ambitie tot regionale samenwerking en fusie?
|
Is er door het college een scenario doorgerekend waarbij de taakststelling van Best & Oirschot na de fusie gezamelijk wordt in gevuld op bestaande locatie in Oirschot, om zo kapitaalvernietiging van de investering in Best (en Oirschot) te voorkomen? Zo nee waarom niet? Zo ja dan zouden wij deze doorrekening graag van u ontvangen.
|
Zijn er op dit moment reeds een (intentie-)overeenkomst(en) getekend aangaande het AZC met het COA of projectontwikkelaar of grondeigenaar?
Zo ja Op welke datum?
Heeft het college in de (concept-)contracten rekening gehouden met de fusiedatum van januari 2028 (bijvoorbeeld middels een ontbindende voorwaarde)
|
Uitvoering Motie 25008 (Kleinschaligheid): In de RIB (PU25-01832 pagina 4) stelt het college over de opdracht tot het realiseren van flexwoningen en versnelde sociale bouw simpelweg: “We beschouwen dit onderdeel van de motie hiermee dan ook als afgedaan”.
Op welk mandaat baseert het college de bevoegdheid om een aangenomen raadsmotie eenzijdig "als afgedaan" te beschouwen, terwijl er feitelijk geen enkele nieuwe actieis ondernomen en er slechts wordt verwezen naar oude standpunten uit 2023 en begin 2024? Waarom houdt het college vast aan centralisatie (192 plekken) terwijl de raad vroeg om breed onderzoek naar kleinschalige locaties? De motie droeg het college specifiek op om nieuwe mogelijkheden via actuele subsidies (SFT, RTHF) te onderzoeken. Waarom heeft het college dit specifieke onderzoek geweigerd en volstaan met de algemene stelling dat het "niet realistisch" is? Vindt het college het verantwoord om deze cruciale cijfers pas in januari/februari 2026 te leveren, terwijl de planvorming voor de Hooiweg doorgaat? Erkent het college dat door deze weigerachtige houding de woningbouw voor starters en statushouders (onderdeel 1d en 1e) nu volledig stilvalt, en bent u bereid alsnog uitvoering te geven aan deze opdracht voordat de BOPA-procedure start?
|
Kan het college bevestigen dat er kosten worden gemaakt voor de voorbereiding van de locatie Hooiweg, terwijl de raad nog geen definitief besluit heeft genomen over de locatiekeuze?
|
Is het college bereid geen onomkeerbare juridische verplichtingen aan te gaan totdat de raad de stukken uit de vragen 1, 2 en 4 heeft ontvangen, inzicht heeft in de afstemming met Oirschot en de financiële consequenties?
|
Opmerkingen